Gisteren hebben we afscheid genomen van Peter Van Dongen. Hij is een week geleden, totaal onverwacht, overleden.
Peter was jarenlang als coach en open space coach verbonden aan CALL.
Peter met zijn typerende knotje: stoer, scherp, liefdevol en moedig. Zeer betrokken bij mensen en een strijder voor een rechtvaardige wereld. Wat gaan we hem ontzettend missen.
Joris Groenendijk, programmaleider van Young CALL en vriend van Peter, schreef een in memoriam:

Vaarwel kleurrijk karakter met knot, vaar wel
‘Hey lieve man, hoe vaar jij?’ vroeg je me vaak als we elkaar zagen. Als je het me nu zou vragen, zou ik zeggen dat ik schipbreuk heb geleden. Dat degene bij wie ik altijd kon aanmeren hier lijfelijk niet meer aanwezig is. Dat dat zo verdrietig is en uitzichtloos voelt. Maar ook dat ik er zeker van ben dat ik het roer weer in handen ga nemen om zodoende mijn eigen koers te kunnen varen. Want dat is wat jij me geleerd hebt.
De woorden die ik op papier gezet heb en hier vandaag wil voordragen aan jou en aan jullie doen geen recht aan alles wat je voor me betekent en betekend hebt. Gelukkig hadden wij het soort relatie waarin we allesbehalve schroomden deze woorden naar elkaar uit te spreken. Wij wisten veel van elkaar, in ieder geval dat wat er echt toe deed. Daar begint ook één van de eerste drie verhalen die ik met jullie wil delen.
Die van onze eerste echte ontmoeting. Dat was op een moment in het leven dat ik me in een diep wak bevond. Ik was met een razende vaart de eerste berg van het leven opgereden en er met nog grotere snelheid van afgeknald. En dat doet pijn, zoals jij je als geen ander realiseerde. Jij kende die berg ook.
Onze geschiedenis gaat overigens een stuk verder terug. Ik leerde je kennen in mijn tienerjaren. Je was een dierbare vriend van mijn vader, en je lieve vrouw Paola was een goede vriendin van mijn moeder. Maar waar ik je toen vooral van kende, waren jouw uitspattingen op de tennisbaan. Als je daar kwam aanfietsen en je hoorde een hoop gekreun, geschreeuw en gejuich van de baan komen, dan wist je dat Peter aan het spelen was. En als je dan om het hoekje keek, spatten de kleuren van zijn outfit je tegemoet. Oranje hoofdband, roze t-shirt, paars broekje, gele schoenen, dat was Peter. Zoals op de foto in de woestijn. Kleurrijk. Wat heb je veel tegenstanders tot wanhoop gedreven door je ver achter de baseline in te graven, alles te halen en het liefst hoog terug te brengen. Als ik je dan na afloop van weer een gewonnen wedstrijd vroeg hoe het was gegaan, zei je met een grote grijns: ‘ik heb van iemand gewonnen die zich nog steeds aan het afvragen is hoe hij in godsnaam van mij heeft kunnen verliezen.’
Maar goed, terug naar die eerste berg. Wat was ik diepongelukkig destijds. M’n vader zag dat met lede ogen aan en zei op een gegeven moment: ‘moet jij niet eens een keer naar Peter?’ Met lichte tegenzin toog ik naar de Vinkenbuurt, waar jullie toen woonden. En wat wist ik op dat moment helemaal van je? Dat je een succesvol coach en trainer was. Dat wat ik ook zo graag wilde worden als ik later groot was. Maar wat ik zo niet aan de wereld durfde te laten zien. De kans dat dat niet zou lukken was in mijn hoofd enorm. En wat was mijn ego toen nog groot. Wat jij me met de zo voor jou kenmerkende kwinkslagen liet inzien. Dat het zijn van succesvol coach en trainer ook maar relatief is, en vluchtig kan zijn. Zoals alles wat we buiten onszelf zoeken, uiteindelijk is. Maar dat het ervaren van (h)echt contact met mensen zodat ze kunnen zijn zoals ze bedoeld zijn, dat dat het mooiste is wat er is. Wat hebben we die cirkel ook mooi rond kunnen maken, door samen te werken bij CALL.
‘Kom, trek je jas aan’ zei je altijd, ‘we gaan naar buiten, we gaan op pad.’
Dat brengt me bij het tweede verhaal. Want je was al eerder op pad gegaan met een Groenendijk. Mijn lieve vader. Jij en ik hebben vele kilometers afgelegd samen, maar jij en pa hebben dat aantal vermoedelijk wel getopt. Ook of misschien wel juist toen pap ziek werd, was je er voor hem. Week na week na week. Het was nog de tijd dat ik zelf met gesprekspartners door Bunnik en langs de Kromme Rijn wandelde en wat kwam ik jullie vaak tegen. Kon ik je even een knuffel geven. Ik zal ze missen, die knuffels.
Ik kom nog regelmatig je krabbels tegen in boeken die je pap cadeau gegeven hebt. En ik zie je nog aan zijn bed zitten in Houten, met het prachtige ‘Al het blauw van de hemel’ van Mélissa da Costa. Je las m’n vader voor totdat je dacht dat ‘ie in slaap gevallen was. Las nog even door en dacht aanstalten te kunnen maken om naar huis te gaan. Dan tilde m’n vader z’n ooglid op en zei: ‘lees nog maar even door hoor.’ En jullie proestten het samen uit van het lachen. We delen ons gevoel voor humor, gedrieën.
Jij sprak op de begrafenis van jouw vriend, mijn vader. Sterker nog, we deelden onze toespraken en onze tranen voordat de dag daar was. En vandaag sta ik hier voor jou en onze vriendschap. Ook daar is de cirkel rond.
Tot slot, het derde verhaal. Je was niet alleen begaan met het welzijn van mensen, maar ook met het wel en wee van de wereld. Je was een volleerd snelwegblokkeerder voor Extinction Rebellion, maar echt thuis kwam je begin dit jaar op de West Bank van Palestina. Volgens mij ben je niet dichter bij jezelf geweest dan daar. Kwam je wel weer terug naar Nederland maar waren je lijf en leden nog op de boerderij van Daoud Nassar.
Je stuurde me vanuit Palestina een gedicht van Remco Campert wat ik hier graag wil delen:
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in zijn kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die een sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen
De wereld verliest in jou een verzetsstrijder.
Ik vermoed dat Madeleine, de begrafenisonderneemster, inmiddels zenuwachtig op haar stoel heen en weer aan het schuiven is, net als bij jouw toespraak voor mijn vader. ‘Die van mij duurt vijf Spaanse minuten’, zei je lachend. Die van mij nu ook, maar niet heus. En daar zul jij stiekem om grinniken, waar je nu ook bent.
Lieve Peter, je was een wijs mens, een wandelaar, een wegwijzer, een winnaar, een danser, een vrijbuiter, een inspiratiebron, een gelijkgestemde maar bovenal een vriend voor het leven. Je was iemand bij wie ik in alles kon zijn zoals ik bedoeld ben. Dat is een groot geschenk wat je me gegeven hebt, wat ik op mijn beurt zal proberen door te blijven geven.
Jeetje lieve man, ik mis je. En wat zal ik je nog vaak gaan missen. Maar wat zal ik ook met veel plezier aan je terugdenken. Wat zullen we nog een eind wandelen samen, ook al ben je hier nu fysiek niet meer aanwezig. Lieve Peet, jij reist voor altijd met me mee.
Vaarwel kleurrijk karakter met knot, vaar wel.
Joris groenendijk
Op 1 november 2026 op de uitvaart van Peter van Dongen



