Jordy Husslage

“Als je laat zien wie je bent, leidt dat tot een betere connectie”

Jordy Husslage, manager bij de Nederlandse Spoorwegen en deelnemer aan CALL 18, had de verhalen van eerdere deelnemers gehoord: CALL, dat is niet zomaar iets. Daarvoor moet je bereid zijn de diepte in te gaan. Jordy dacht daar goed over na en besloot dat hij er klaar voor was. Hier vertelt hij wat zijn deelname zoal in gang zette.

“Ik ben flexibel in mijn gedrag. Of ik een directiekamer binnenloop of de Amsterdamse machinistenkamer, dat bepaalt op een subtiele manier mijn houding, mijn toon. Kameleongedrag, kun je dat ook noemen. Niet dat ik met alle winden meewaai, maar ik kan me aanpassen en meebewegen. Die vaardigheid heeft praktische voordelen. Toch was ik ook wat zoekende: wie ben ik dan echt? Wat ligt het dichtst bij mij? Hoe blijf je dicht bij jezelf in verschillende omgevingen?

Een collega die het leiderschapsprogramma eerder had doorlopen, had me geadviseerd om een coachingsgesprek te doen met Jeannette van den Ingh. Tijdens de eerste Open Space, waarin je zelf kan kiezen voor een specifieke interventie, voor een gesprek. Haar gespreksruimte was in de wijnkelder van het gebouw; ze noemde zichzelf daardoor al gekscherend ‘de heks’. ‘Jij bent toch zo’n stoere jongen?’, had mijn collega gevraagd. ‘Ga maar eens met haar praten.’ Bij aankomst kwam er een andere deelnemer uit haar kamertje. Rode ogen, een zakdoekje in de hand.

‘Vertel ’t maar, wat kan ik voor je doen?’, vroeg Jeannette en ik begon mijn kameleonverhaal op te hangen. ‘Ho, stop maar’, zei ze na anderhalve minuut. ‘Zet je voeten allebei op de grond, sluit je ogen en haal eens rustig adem. […] Hoe voelt dat?’ Héél ongemakkelijk, bekende ik. ‘Mooi’, zei Jeannette, ‘dan gaan we nog even zo door. […] En begin nu weer eens opnieuw’. Binnen vijf minuten wist ze de link te leggen tussen het geroutineerde verhaal over mijn jeugd en mijn opvoeding en mijn eigen verbinding met mijn kinderen. Voor het eerst in vijftien jaar zat ik met tranen in mijn ogen. Heel indrukwekkend vond ik dat.

Van hoofd naar hart

Sowieso werd ik in dit programma op gevoelsniveau geraakt. Ik ben megacognitief en sta altijd in standje voorwaarts: plannen maken, dóórgaan. Nu werd ik heel kundig naar het hier en nu gehaald, van het hoofd naar het hart. Het werken aan je eigen autobiografie en de familie- en organisatieopstellingen, maakten me duidelijk dat mijn opvoeding, gezin van herkomst en schooltijd bepalend zijn voor wie ik echt ben en hoe ik mij gedraag. Daardoor leerde ik ook mijn gevoel uit te schakelen en alles met het hoofd te doen en daar ligt nog steeds mijn grote uitdaging.
Ik heb geleerd dat gevoel er óók mag zijn en dat ik mede op basis daarvan kan acteren. Tijdens CALL ben ik geswitcht van baan. Ik stapte over van Havenbedrijf Amsterdam naar de Nederlandse Spoorwegen. Na ruim zeven jaar vond ik het een mooie tijd om een nieuwe stap te zetten. Alle sollicitatiegesprekken en -procedures heb ik meer op basis van mijn gevoel gedaan dan ik gewend was. Dat speelde ook door in de kennismaking met de mensen in mijn nieuwe werkomgeving. Ik liet mezelf veel meer zien als de persoon die ik ben, dan te schermen met mijn opleiding en ervaring. Dat leidde zonder uitzondering tot een betere connectie en wederkerigheid.

CALL-achtig leiderschap

NS is een uniek bedrijf, waar de medezeggenschap en de vakbonden een grote rol spelen. Dit brengt ook interne politiek, veel overleg en verschillende (soms zelfs tegengestelde) belangen met zich mee. Grote uitdagingen dus.
Daardoor is het voor mij bijna als een missie gaan voelen om het CALL-gevoel in de organisatie te introduceren. Voor echte verbinding op gevoelsniveau zorgen in plaats van alleen via de inhoud. Ik heb al drie collega’s CALL aanbevolen en bij een aankomende herstructurering wil ik meer CALL-achtig leiderschap in de organisatie brengen. Daarbij passen kernwaarden zoals vertrouwen en transparantie..

Ik ben me bewust geworden van het belang van authenticiteit. Dat betekent voor mij: laten zien wie je bent en waar je voor staat. Wat betreft het antwoord op mijn kameleonvraag, ontdekte ik dat het er allemaal mag zijn. Zowel het zakelijke als het informele, het lichte als het donkere, het cognitieve als het gevoel, het voorwaartse en het stil staan in het hier en nu. In mijn jeugd heb ik veel uitgespookt, zeg maar. Ook dát heeft me gevormd tot wie ik ben en daar kom ik nu makkelijker voor uit. Dat wordt gewaardeerd, merk ik. Collega’s zien liever een mens dan een manager. Als alles er mag zijn, word je pas echt iemand.”