
Machteld Koelewijn
Directeur Jeugd, Werk & Ontwikkeling bij Stichting Philadelphia Zorg
“Ik durf meer ruimte te nemen om mijn gevoel te benoemen en om zaken vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken.”
Af en toe pakt Machteld nog even het aantekeningenboekje dat ze bijhield tijdens CALL Leadership. “Ik heb veel meegeschreven – zo hou je de verhaallijn vast tijdens sessies’, zegt ze daarover. “Als ik terugkijk in mijn notities, zie ik mooie lijnen. Niet alleen in de sterke opbouw van het programma, maar ook in mijn persoonlijke ontwikkeling.”
“Mijn behoefte bij aanvang van CALL lag vooral op het vlak van verbinding. Met anderen, maar ook met mijn eigen lijf. Door mijn scherpte en focus op resultaten, werkte ik vaak vooral vanuit het cognitieve vlak. Wanneer je kijkt naar leiderschap versus lidmaatschap, schoot ik in mijn eigen ogen tekort op dat laatste. Ik wilde meer doordrongen raken van het feit dat je binnen een bepaalde omgeving ook dingen met elkaar gemeen hebt en van daaruit kunt werken. Voordat ik bij Philadelphia kwam, werkte ik zestien jaar als extern consultant. Dan speelt verbondenheid met je werkomgeving wat minder een rol. Daar had ik bij mijn indiensttreding bij Philadelphia iets in te ontwikkelen.
Als ik één ding zou moeten benoemen dat CALL me heeft opgeleverd, dan is het dat het programma me handvatten heeft gegeven om als heel mens met aandacht verbonden te zijn met mijn omgeving. Het accent ligt nu wat minder op mijn rol als leider. Het lukt beter om resultaatgericht te blijven, maar tegelijkertijd ook in verbinding te zijn en te blijven.
Helpende driedeling
Tijdens de intake reikte Marcel me hierover een helpende driedeling aan. Tijdens je carrière focus je in eerste instantie op wát je doet. Daarna leer je kijken naar hóe je dat doet en vervolgens verschuift de focus naar wie jij zelf bent en wat je daarin aan te kijken hebt. Daarbij gaat het om je authenticiteit, om jouw drijfveren op zielsniveau. Voor mij is die drijfveer: het toevoegen van waarde aan de publieke sector. Dat heb ik altijd zo gevoeld, en dat is onveranderd. Maar ik ben me er nog bewuster van geworden.
Het mooie van CALL vind ik dat het bruggetjes weet te leggen tussen inzichten die snel zweverig zouden kunnen worden en de werkpraktijk. Zo blijft het praktisch en bruikbaar. Voor mij zaten inzichten vaak in kleine zinnetjes. Ik vind taal heel leuk. Een uitspraak als ‘Er is geen gave zonder opgave’ blijft bij mij hangen. Ieder talent dat je hebt, vráágt ook iets van je, betekent die zin voor mij.
‘Van verklaring naar ervaring’ is ook een voorbeeld van zo’n zinnetje dat mij inzicht gaf. Ik heb snel een normatieve mening, ook over mezelf. Ik zie nu dat je jezelf daarmee de mogelijkheid kunt ontnemen om iets te onderzoeken, iets daadwerkelijk te ervaren. Dat bewustzijn heb je alleen wanneer je handelt vanuit aandacht en verbondenheid. Ook, of misschien voorál oordelen vanuit gevoel ontstaan heel snel. Dat kun je dan intuïtie noemen, maar het is verstandig om je toch bewust af te vragen of dat wel klopt, of dat je onbewust op voorhand iets op slot zet.
Gevoeligheid geeft lucht
CALL heeft me mijn zelfbewustzijn verder laten ontwikkelen, maar ook op het spoor gezet van een grotere gevoeligheid voor mijn omgeving. Ik merk aan mezelf dat ik nu eerder dingen benoem die op gevoelsniveau thuishoren. Ik geef het vaker aan wanneer ik voel dat we bepaalde zaken nog niet hebben beetgepakt. In het verleden ging ik daar sneller aan voorbij. Dan dacht ik: dat organiseer ik wel. Nu spreek ik ook mijn eigen behoeften uit. Dat geeft lucht. En daar komt bij: ik gun het mezelf nu vaker dat ik soms niet weet waarom iets gevoelsmatig nog niet helemaal klopt. Ik durf meer ruimte te nemen om dingen vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken.
Of mijn werkomgeving iets merkt van deze verandering, vind ik lastig aan te geven. Het is niet een lekkere voor de rondvraag, zeg maar. Wat ik wél merk: mijn ‘call’ voor aandachtig leven leidt tot een fijne groepsdynamiek op mijn werk.
Wat ik nodig heb om de nieuwe inzichten te laten beklijven? Naast rust en verstilling heb ik gemerkt dat aandacht voor reflectie helpt. Door af en toe het CALL notitieboekje door te bladeren, bijvoorbeeld. En door mezelf opnieuw te bevragen over thema’s die spelen. Dat mag ik nog wel wat vaker doen. Daarbij helpt het dat we als groep contact zijn blijven houden. Dan hou je elkaar af en toe weer even scherp op de thema’s die zijn langsgekomen.”
